Artikel 7:629 lid 1 BW bepaalt dat een werknemer die door ziekte niet in staat is om zijn werkzaamheden te verrichten, recht heeft op doorbetaling van zijn loon. Maar hoe zit dat dan als een werknemer zich ziek meldt tijdens onbetaald verlof, detentie, of een andere situatie waarin geen sprake was van loonbetaling?
Voor recht op loondoorbetaling tijdens ziekte moet de ziekte ook daadwerkelijk de reden zijn waarom de werknemer niet werkt. Het kan namelijk voorkomen dat een werknemer al vóór de ziekmelding om een andere reden zijn werkzaamheden niet verrichtte. Dan moet eerst worden bekeken of de werknemer over die periode recht had op loon. Artikel 7:628 lid 1 BW bepaalt dat een werknemer in beginsel recht houdt op loon als hij niet werkt, tenzij de oorzaak van het niet-werken in redelijkheid voor zijn rekening komt. Had de werknemer vóór de ziekmelding om die reden al geen recht op loon, dan ontstaat dat recht niet automatisch alsnog doordat hij zich later ziek meldt.
Dus moet eerst worden vastgesteld wat de primaire oorzaak is van het niet-werken. Is de werknemer gestopt met werken omdat hij ziek is? Dan wordt gekeken naar de regels over loondoorbetaling tijdens ziekte van artikel 7:629 BW. Werkte de werknemer al vóór de ziekmelding om een andere reden niet? Dan moet eerst worden beoordeeld of die reden voor rekening van de werknemer komt als bedoeld in artikel 7:628 BW. Is dat het geval, dan verandert een latere ziekmelding daar in beginsel niets aan.
Onbetaald verlof en ziekte
De rechter kijkt dus kort gezegd naar de primaire oorzaak van het niet-werken. Dit speelde ook in een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel. In deze zaak kreeg een werknemer te horen dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Hij kreeg tijdens dat gesprek een vaststellingsovereenkomst mee naar huis. De werknemer gaf daarop aan dat hij per direct wilde stoppen met werken. Omdat hij geen vakantiedagen meer had, werd afgesproken dat hij vanaf dat moment onbetaald verlof zou opnemen en dus geen loon meer zou ontvangen. De volgende dag meldde de werknemer zich ziek. Vervolgens vorderde hij alsnog betaling van zijn loon over de periode waarin het onbetaalde verlof liep.
De kantonrechter wees deze loonvordering af. Volgens de kantonrechter lag de primaire oorzaak van het niet-werken namelijk niet in de ziekte, maar in het onbetaalde verlof dat de werknemer al vóór zijn ziekmelding had opgenomen. De werknemer had daarom over deze periode geen recht op loon.
Oorzaak niet werken
Dit is een voorbeeld van een situatie waarin de oorzaak van het niet-werken voor rekening van de werknemer komt. Onbetaald verlof is daarbij niet de enige situatie waarin dit kan spelen. Denk bijvoorbeeld ook aan een werknemer die al vóór de ziekmelding weigert te werken, niet meer op het werk verschijnt of zich niet langer bereid en beschikbaar houdt om zijn werkzaamheden te verrichten.
Meldt die werknemer zich vervolgens ziek, dan betekent dat niet automatisch dat vanaf dat moment alsnog recht op loon ontstaat. Ook dan moet worden gekeken naar de primaire oorzaak van het niet-werken. Zo oordeelde het Gerechtshof Amsterdam op 9 juni 2026 over een werknemer die al vóór zijn ziekmelding niet meer op het werk was verschenen vanwege een conflict en zich niet langer bereid en beschikbaar hield om te werken. De ziekmelding die daarna volgde, veranderde volgens het hof niets aan de primaire oorzaak van het niet-werken. Die lag nog steeds in de eerdere keuze van de werknemer om niet te werken. Anders gezegd, de primaire oorzaak van het niet-werken bepaalt of de loondoorbetalingsplicht moet worden getoetst aan artikel 7:628 BW of artikel 7:629 BW.
Tip
Meldt een werknemer zich ziek in een situatie waarin geen recht op loonbetaling bestaat, dan wel dat dat twijfelachtig is, beoordeel dan wat de primaire oorzaak van het niet-werken is. Als de werknemer vóór de ziekmelding al geen recht op loon had, dan verandert een latere ziekmelding dat in beginsel dus niet.
Gepubliceerd op LinkedIn, 17 september 2026










