Kennis
03 november 2026

Tuchtklacht op tijd verstuurd, toch te laat ingediend

Geschreven door Pascal Willems

Een aangetekende brief én een e-mail vóór het verstrijken van de klachttermijn: is dat voldoende om een tuchtklacht tijdig in te dienen? Een uitspraak van het RTG Amsterdam laat zien hoe nauw dat luistert. En geeft meteen een belangrijke procesrechtelijke les: controleer bij een klacht altijd de verjaringstermijn.

 

𝗩𝗲𝗿𝗷𝗮𝗿𝗶𝗻𝗴

De dreiging van een tuchtklacht kan een (bedrijfs)arts nog jarenlang achtervolgen. Toch kent die mogelijkheid een grens. De wettelijke klachttermijn van 10 jaar beschermt de rechtszekerheid en voorkomt dat zorgverleners zich onbeperkt moeten verantwoorden voor gebeurtenissen uit een ver verleden die steeds moeilijker te reconstrueren zijn.

 

𝗝𝘂𝗿𝗶𝗱𝗶𝘀𝗰𝗵 𝗸𝗮𝗱𝗲𝗿

Artikel 65 lid 5 Wet BIG bepaalt dat de bevoegdheid om een klaagschrift in te dienen door verjaring vervalt na 10 jaar. De termijn begint op de dag na het verweten handelen of nalaten. Dit is een fatale termijn: na afloop kan de klacht niet meer in behandeling worden genomen. Daarnaast gelden regels voor de wijze van indiening. Volgens artikel 4 van het Reglement van orde moeten processtukken per post worden ingediend of bij het college worden ingeleverd. Uitgangspunt is de ontvangstdatum. Een verzendbewijs toont dus nog niet aan dat een klacht tijdig is ingediend. Om een termijn veilig te stellen, mag een stuk eerst beveiligd per e-mail worden toegezonden. De e-maildatum geldt dan als indieningsdatum, mits het originele stuk binnen twee werkdagen daarna alsnog door het college wordt ontvangen. Alleen binnen die termijn op de post doen is onvoldoende. De toelichting legt het risico van niet-ontvangen post bij de afzender.

 

𝗨𝗶𝘁𝘀𝗽𝗿𝗮𝗮𝗸

De klacht ging over een gesprek met een bedrijfsarts op 25 september 2015. De werknemer verweet haar onder meer onzorgvuldigheid en vooringenomenheid. Het klaagschrift moest uiterlijk op 25 september 2025 zijn ingediend. De klager verstuurde het op 24 september 2025 aangetekend. Een bezorgpoging de volgende dag mislukte. De brief belandde vervolgens bij een PostNL-punt. In het dossier zat geen afhaalbericht; de werknemer informeerde het college pas op 1 oktober over de afhaalmogelijkheid. Ook had hij het klaagschrift op 25 september per e-mail verstuurd. Dat hielp niet: het originele klaagschrift was niet binnen twee werkdagen daarna per post ontvangen. Het college rekende de te late indiening toe aan de klager en verklaarde hem niet-ontvankelijk. Opvallend is dat het college de klachten aanvankelijk wél inhoudelijk ter zitting had behandeld. Mede door het verweer van de bedrijfsarts kwam het uiteindelijk tot een andere conclusie over de ontvankelijkheid. Een inhoudelijke behandeling ter zitting betekent immers nog niet dat de ontvankelijkheidsvraag definitief is gepasseerd.

 

𝗧𝗶𝗽

– Maak een tijdlijn
– Bereid wel een inhoudelijk verweer voor
– Bewaak de ontvangst en verzending van processtukken

Gepubliceerd op LinkedIn, 3 november 2026

Deze tekst is geschreven volgens de redactionele richtlijnen WVO Advocaten en is oorspronkelijk gepubliceerd op 03 november 2026. De laatste update van dit artikel vond plaats op 03 november 2026. De inhoud van deze pagina is geschreven en goedgekeurd door Pascal Willems.