Het nieuwe wetsvoorstel in een notendop
Waar de Raad van State eind mei 2026 nog kritisch was over het voorstel om het advies van de bedrijfsarts leidend te maken bij de RIV-toets, hebben Ministers Aartsen (Werk en Participatie) en Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) daartoe een nieuw wetsvoorstel ingediend dat de ministerraad inmiddels heeft goedgekeurd. Het voorstel wordt zo spoedig mogelijk via de Koning bij de Tweede Kamer ingediend.
De kern van het voorstel: het advies van de bedrijfsarts wordt (beoogd per 1 januari 2028) leidend bij de RIV-toets die UWV uitvoert na twee jaar ziekte. Volgt een werkgever het advies van de bedrijfsarts op, dan voldoet hij daarmee in beginsel aan zijn re-integratieverplichtingen. Een loonsanctie wegens een medisch verschil van inzicht tussen bedrijfsarts en UWV-verzekeringsarts behoort dan tot het verleden. Eerder schreven we hierover al een artikel op onze website.
Achtergrond: de huidige RIV-toets
Bij ziekte geldt nu de bekende systematiek: de werkgever betaalt 104 weken lang het loon door en is verplicht actief bij te dragen aan de re-integratie van de zieke werknemer. Na die 104 weken beoordeelt UWV met de re-integratieverslagtoets (RIV-toets) of het re-integratieresultaat bevredigend was en zo niet, of de inspanningen voldoende waren. Valt dat oordeel negatief uit, dan kan UWV een loonsanctie van maximaal één jaar opleggen.
In de huidige praktijk leidt een verschil van medisch inzicht tussen de bedrijfsarts en de UWV-verzekeringsarts regelmatig tot loonsancties (hoewel volgens de Raad van State maar 175 loonsancties per jaar hiermee verband houden), ook als de werkgever consequent het advies van zijn bedrijfsarts heeft gevolgd. Die onzekerheid wil het kabinet wegnemen.
Meer druk op de bedrijfsarts
Het klinkt als goed nieuws voor werkgevers en dat is het voor een deel ook. Maar de keerzijde is dat de rol en verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts aanzienlijk zwaarder worden. Als het oordeel van de bedrijfsarts bepalend is voor de uitkomst van de RIV-toets, staat er voor alle betrokkenen meer op het spel.
Wij verwachten dat werknemers vaker en sneller een second opinion zullen aanvragen bij een andere bedrijfsarts als zij het niet eens zijn met het oordeel over hun belastbaarheid of re-integratiemogelijkheden. Het recht op een second opinion bestaat al, maar de prikkel om daar gebruik van te maken wordt met dit wetsvoorstel groter. Voor bedrijfsartsen betekent dit: meer dossierdruk, meer gemotiveerde verslaglegging, en een toenemend risico op tuchtrechtelijke procedures.
UWV: minder ruimte bij het medische oordeel maar niet uitgespeeld
Doordat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt, verliest UWV de bevoegdheid om een loonsanctie op te leggen op grond van een medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de eigen verzekeringsarts. Dat is een wezenlijke inperking van de huidige sanctiebevoegdheid.
Maar UWV is hiermee niet monddoodgemaakt. De loonsanctie op grond van onvoldoende re-integratie-inspanningen blijft overeind. UWV kan dus nog altijd handhaven als de werkgever aantoonbaar te weinig heeft gedaan aan re-integratie in het eerste spoor (herstel in eigen of aangepast werk bij de eigen werkgever) of het tweede spoor (re-integratie bij een andere werkgever).
Onze verwachting is dat UWV zijn toetsing hierop zal verscherpen. Als het medische anker wegvalt, zal UWV compenseren door strikter te controleren op de kwaliteit en volledigheid van de re-integratie-inspanningen. Denk aan de kwaliteit van het Plan van Aanpak, de voortgang van spoor 2-activiteiten en het onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden in het eigen bedrijf. Aan díé knop kan UWV immers nog steeds draaien.
Overige onderdelen van het wetsvoorstel
Het wetsvoorstel bevat naast de RIV-toets nog twee andere relevante wijzigingen:
- Kwijtschelding WIA-voorschotten
Door lange wachttijden bij UWV zitten (ex-)werknemers soms lang in onzekerheid over hun WIA-uitkering. Zij kunnen een voorschot ontvangen. Het beleid van het UWV om het voorschot niet terug te vorderen wordt nu wettelijk vastgelegd.
- Verduidelijking Wajong
Jonggehandicapten die vijf jaar onafgebroken werken en voldoende verdienen, behouden hun uitkeringsrecht als zij werken via een beschutte werkplek, met loondispensatie, loonkostensubsidie of een interne jobcoach. Verder vervalt het garantiebedrag bij een WIA-stopzetting van meer dan twaalf maanden.
Wat betekent dit voor uw organisatie?
Ten behoeve van het re-integratieverslag is het belangrijk om als werkgever het advies van de bedrijfsarts consequent op te volgen en dit goed te documenteren. Werknemers zullen waarschijnlijk vaker een second opinion aanvragen. Het is verstandig hierop te anticiperen en heldere procedures op te stellen rondom de aanvraag van een second opinion. Ten aanzien van spoor 1 en 2 kan een werkgever vermoedelijk strengere controles verwachten van het UWV. Het is belangrijk het dossier actueel en volledig te houden. De werkgever kan daarnaast werknemers informeren over de kwijtscheldingsregeling van de WIA-voorschotten.
Conclusie
Het wetsvoorstel biedt werkgevers welkome duidelijkheid en vermindert het risico op loonsancties bij medische meningsverschillen. Maar de praktijk zal vermoedelijk uitwijzen dat de druk op bedrijfsartsen toeneemt, dat werknemers het instrument van de second opinion vaker inzetten, en dat UWV zijn handhavingsfocus verlegt naar de re-integratie-inspanningen zelf. Goed dossieronderhoud en adequate begeleiding in zowel spoor 1 als spoor 2 worden daarmee belangrijker dan ooit.
Gepubliceerd op LinkedIn op 14 juli 2026.
