Kennis
15 oktober 2026

Wordt een slapend dienstverband een financiële tijdbom?

Geschreven door Janna van der Kamp

Bij een slapend dienstverband blijft de arbeidsovereenkomst van een zieke werknemer na de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte bestaan, terwijl de werknemer niet meer werkt en dus ook geen loon meer ontvangt. De vraag die de rechtspraak momenteel verdeeld houdt is of een werknemer tijdens het slapende dienstverband nog vakantiedagen opbouwt?

Meerdere kantonrechters hebben geoordeeld dat dit niet het geval is. Toch zijn er ook enkele kantonrechters die daar anders over denken. Aangezien kantonrechters verdeeld blijven, heeft de kantonrechter in Rotterdam daarom prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Voordat de Hoge Raad uitspraak doet, adviseert een advocaat-generaal (AG) de Hoge Raad over het juridische vraagstuk dat voorligt.

Advocaat-generaal (AG) De Bock heeft op 9 oktober 2026 in haar advies aan de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2026:984) voor een andere lijn gekozen dan de meeste kantonrechters: ook tijdens een slapend dienstverband loopt de vakantieopbouw door.

 

Wat speelt er nu?

Bij een slapend dienstverband werkt een zieke werknemer dus niet meer en ontvangt de werknemer ook geen loon meer. Juist het ontbreken van een loonaanspraak staat centraal in de discussie over vakantieopbouw. Want betekent geen loon ook geen nieuwe vakantiedagen? Of houdt de werknemer de aanspraak op vakantiedagen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt?

 

Geen verdere opbouw

Meerdere kantonrechters hebben geoordeeld dat tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen meer worden opgebouwd of geen aanspraak bestaat op uitbetaling daarvan. De redenering daarbij is dat er geen loon meer is om tijdens een vakantie te behouden. De loondoorbetalingsverplichting is immers gestopt. Volgens artikel 7:634 lid 1 BW ontstaat aanspraak op vakantie in beginsel over de periode waarin de werknemer recht heeft op loon. Ook verricht de werknemer geen werkzaamheden meer waarvan hij moet bijkomen (de zogenoemde recuperatiefunctie van vakantie). Vanuit die gedachte stopt de vakantieopbouw dus als het dienstverband slapend wordt.

 

De conclusie van De Bock

AG De Bock ziet dit dus anders. Zij stelt dat de Nederlandse voorwaarde dat een werknemer recht op loon moet hebben om vakantiedagen op te bouwen, in strijd is met het Europese recht. Daaruit volgt namelijk dat arbeidsongeschikte werknemers in beginsel vakantiedagen blijven opbouwen, ook als zij niet daadwerkelijk werken. Uit Europees recht volgt ook dat aan het ontstaan van het recht op vakantie geen voorwaarden mogen worden verbonden die daarmee in strijd zijn. Dat het Nederlandse recht bepaalt dat een werknemer recht op loon moet hebben om vakantiedagen op te bouwen, zou daarom een ontoelaatbare voorwaarde zijn. Het Europese recht gaat voor het Nederlandse recht en daarom zou artikel 7:634 lid 1 BW volgens De Bock buiten toepassing moeten blijven voor zover die bepaling vakantieopbouw tijdens een slapend dienstverband uitsluit. De conclusie van De Bock is dat ook werknemers die na 104 weken ziekte geen loon meer ontvangen, wettelijke vakantiedagen tegen loonwaarde moeten blijven opbouwen. Let wel, het advies beperkt zich tot de opbouw van wettelijke vakantiedagen. De vraag of tijdens een slapend dienstverband ook bovenwettelijke vakantiedagen worden opgebouwd, valt buiten de prejudiciële vraag en wordt dus niet beantwoord.

 

Tussenstand

Waar eerder meer kantonrechters tegen opbouw van vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband waren, lijkt de tussenstand met de conclusie van AG De Bock meer richting een gelijkspel te gaan. De conclusie van De Bock is wel ‘slechts’ een advies, het is geen uitspraak van de Hoge Raad. De Hoge Raad kan De Bock volgen, maar kan ook anders oordelen.

 

Een slapend dienstverband lijkt (vooralsnog) financieel aantrekkelijk. De loondoorbetaling is gestopt en er hoeft niet financieel te worden afgerekend, maar deze rekensom kan dus in de toekomst gaan veranderen. We zullen de uitspraak van de Hoge Raad met spanning afwachten en houden u uiteraard op de hoogte!

Gepubliceerd op LinkedIn, 15 oktober 2026

Deze tekst is geschreven volgens de redactionele richtlijnen WVO Advocaten en is oorspronkelijk gepubliceerd op 15 oktober 2026. De laatste update van dit artikel vond plaats op 15 oktober 2026. De inhoud van deze pagina is geschreven en goedgekeurd door Janna van der Kamp.