Dilemma vrijdag
18 september 2026

Dilemma vrijdag๐Ÿ˜Ž Moet je een betermelding vlak voor einde wachttijd accepteren?

Geschreven door Samantha Kranenburg

๐ƒ๐ข๐ฅ๐ž๐ฆ๐ฆ๐š ๐•๐ซ๐ข๐ฃ๐๐š๐  ๐Ÿ˜Ž

 

๐„๐ž๐ง ๐ฐ๐ž๐ซ๐ค๐ง๐ž๐ฆ๐ž๐ซ ๐ข๐ฌ ๐š๐ฅ ๐›๐ข๐ฃ๐ง๐š ๐ญ๐ฐ๐ž๐ž ๐ฃ๐š๐š๐ซ ๐ณ๐ข๐ž๐ค ๐ž๐ง ๐ฆ๐ž๐ฅ๐๐ญ ๐ณ๐ข๐œ๐ก 2 ๐ฐ๐ž๐ค๐ž๐ง ๐ฏ๐จ๐จ๐ซ ๐ก๐ž๐ญ ๐ž๐ข๐ง๐๐ž ๐ฏ๐š๐ง ๐๐ž ๐ฅ๐จ๐จ๐ง๐๐จ๐จ๐ซ๐›๐ž๐ญ๐š๐ฅ๐ข๐ง๐ ๐ฌ๐ฉ๐ž๐ซ๐ข๐จ๐๐ž ๐ข๐ง๐ž๐ž๐ง๐ฌ ๐›๐ž๐ญ๐ž๐ซ. ๐Œ๐จ๐ž๐ญ ๐ฃ๐ž ๐๐ข๐ญ ๐š๐œ๐œ๐ž๐ฉ๐ญ๐ž๐ซ๐ž๐ง ๐จ๐Ÿ ๐ฆ๐š๐  ๐ฃ๐ž ๐๐ž ๐ฅ๐จ๐จ๐ง๐๐จ๐จ๐ซ๐›๐ž๐ญ๐š๐ฅ๐ข๐ง๐  ๐ง๐š 2 ๐ฃ๐š๐š๐ซ ๐š๐ฅ๐ฌ๐ง๐จ๐  ๐ฌ๐ญ๐จ๐ฉ๐ฉ๐ž๐ง?


๐‰๐ฎ๐ซ๐ข๐๐ข๐ฌ๐œ๐ก ๐ค๐š๐๐ž๐ซ

 

Een werknemer heeft tijdens ziekte recht op doorbetaling van loon op grond van artikel 7:629 lid 1 BW, maar dat recht eindigt na 104 weken. Na het verstrijken van die termijn vervalt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever automatisch, ook als de arbeidsovereenkomst nog in stand is.

 

Meldt een werknemer zich nรก die 104 weken hersteld en stelt hij zich beschikbaar voor werk, dan kan hij in theorie een beroep doen op artikel 7:628 BW (niet werken, toch loon): als de oorzaak van het niet werken in de risicosfeer van de werkgever ligt, moet de werkgever alsnog loon betalen. Maar die route werkt alleen als de werknemer ook daadwerkelijk arbeidsgeschikt is. Zolang dat niet vaststaat, is er geen grond voor loondoorbetaling.

 

Een deskundigenoordeel van het UWV (art. 7:629a BW) weegt mee bij de beoordeling, maar de rechter is er niet aan gebonden. Zeker niet als het oordeel is opgesteld zonder hoor en wederhoor, zonder raadpleging van behandelaars en uitsluitend gebaseerd op wat de werknemer zelf heeft verteld.


๐ƒ๐ž ๐ฎ๐ข๐ญ๐ฌ๐ฉ๐ซ๐š๐š๐ค

 

De werknemer heeft de functie van directeur. In april 2024 zegt de werkgever het vertrouwen in hem op. Twee dagen later meldt deze werknemer zich ziek. De bedrijfsarts stelt al snel vast dat er zowel medische klachten zijn als een stevig arbeidsconflict, en adviseert bij herhaling: los eerst het conflict op via mediation.

 

Net voor het einde van de 104-wekentermijn meldt de werknemer zich beter. De werkgever reageert sceptisch. De bedrijfsarts oordeelt dat herstel pas aan de orde kan zijn nadat het arbeidsconflict is opgelost. Het UWV adviseert dat de werknemer wel geschikt is, “mits mediation heeft plaatsgevonden” (wat niet het geval was).

 

De kantonrechter is duidelijk. Het oordeel is: hij kรกn geschikt zijn, zodra het conflict is opgelost. En dat conflict? Dat is op de zitting glashard aanwezig.

 

De rechter geeft ook weinig gewicht aan het deskundigenoordeel zelf. De verzekeringsarts heeft alleen de directeur gesproken maar geen informatie ingewonnen bij behandelaars en geen hoor en wederhoor toegepast. De directeur had dus geen recht op loon.


๐“๐ข๐ฉ๐ฌ ๐ฏ๐จ๐จ๐ซ ๐๐ž ๐ฉ๐ซ๐š๐ค๐ญ๐ข๐ฃ๐ค ๐Ÿ’ก

 

Een werknemer die na een lange ziekteperiode stelt te zijn hersteld, moet dat ook medisch kunnen onderbouwen. Zorg als werkgever dat bij een herstelmelding na (bijna) 104 weken onmiddellijk een bedrijfsartsoordeel wordt gevraagd.

 

Zorg als werkgever voor een goed gedocumenteerd re-integratiedossier en een UWV-deskundigenoordeel, zodat bij een plotselinge herstelmelding de medische basis direct op orde is.

ECLI:NL:RBNHO:2026:11876

Gepubliceerd op LinkedIn, 18 september 2026

Deze tekst is geschreven volgens de redactionele richtlijnen WVO Advocaten en is oorspronkelijk gepubliceerd op 18 september 2026. De laatste update van dit artikel vond plaats op 18 september 2026. De inhoud van deze pagina is geschreven en goedgekeurd door Samantha Kranenburg.