đđđ đđ đ°đđĢđ¤đ§đđĻđđĢ đĸđ§ đđĸđđ§đŦđ đđĢđđđđ§ đđĸđŖ đđ đ¤đĨđđ§đ đđĨđŦ đđĸđ đđđđĸđ§đ đĸđ§ đŗđĸđŖđ§ đđ¨đ§đđĢđđđ đŦđđđđ: ” đđđ đĸđŦ đ°đđĢđ¤đ§đđĻđđĢ đ¯đđĢđđ¨đđđ§ đ¤đĨđđ§đđđ§ đ¯đđ§ đ°đđĢđ¤đ đđ¯đđĢ đ¨đŠ đ°đđĨđ¤đ đ°đĸđŖđŗđ đđđ§ đ¨đ¨đ¤ đđ đđđ§đđđđĢđđ§ đđ§/đ¨đ đđ đđđđĸđđ§đđ§ đđ§/đ¨đ đđ§đđđĢđŦđŗđĸđ§đŦ đ¯đ¨đ¨đĢ đ¨đ đđđ§ đđđĄđ¨đđ¯đ đ¯đđ§ đ¤đĨđđ§đđđ§ đ¯đđ§ đ°đđĢđ¤đ đđ¯đđĢ đ°đđĢđ¤đŗđđđĻđĄđđđđ§ đđ đ¯đđĢđĢđĸđđĄđđđ§ đđđ§ đ°đđĨ đđđđĸđ¯đĸđđđĸđđđ§ đđ đ¨đ§đđŠđĨđ¨đ¨đĸđđ§”
Volgens de kantonrechter Rotterdam was er geen twijfel over mogelijk: op basis van dit beding mag een werknemer in beginsel niet in dienst treden bij de klant. Als werkgever kan je hier namelijk schade door leiden doordat de medewerker de werkzaamheden direct voor de klant gaat verrichten en dus geen gebruik meer maakt van de diensten van jouw bedrijf.
Appeltje, eitje zou je zeggen. Toch niet! De kantonrechter oordeelde namelijk vervolgens dat de werknemer volgens dit beding niet in dienst mocht treden, maar dit geldt dus niet als de werknemer in dienst van de klant andere werkzaamheden zal uitvoeren dan de werkzaamheden die zijn werkgever voor de klant uitvoert. De werkgever probeerde deze zaak nog te winnen met het argument dat zij in theorie wel deze werkzaamheden voor de klant zouden kunnen oppakken en hierdoor dus een “kans” mis zouden lopen. Dit vond de kantonrechter te ver gaan. Het relatiebeding zou daardoor verder opgerekt worden en dat was niet de bedoeling. Conclusie: werknemer mocht toch in dienst treden bij de klant.
Zo zie je maar weer: een relatiebeding overeenkomen is leuk, maar zonder duidelijke kaders vang je algauw bot. Oftewel: zonder goed beleid, hebben de werknemers veel vrijheid.
Gepubliceerd op LinkedIn, 28 juni 2024
